Wat een tijdelijke werkweg oplevert
Op veen, klei of pas opgebracht zand wordt een route na een paar regenbuien onbruikbaar. Vrachtwagens zakken weg, kranen krijgen hun materiaal niet op de plek en het werk komt stil te liggen. Een werkweg van draglineschotten voorkomt dat door de belasting te verdelen over een groot oppervlak, zodat de ondergrond eronder intact blijft.
Daarnaast beschermt zo'n weg wat eronder ligt. Bestrating, kabels en leidingen, een gazon of een net ingezaaid perceel doorstaan het bouwverkeer zonder dat er achteraf hersteld moet worden. Die besparing aan het eind van het project weegt vaak zwaarder dan de inzet van de schotten zelf, zeker op locaties waar het terrein in oude staat opgeleverd moet worden.
De route en de ondergrond voorbereiden
Bepaal eerst het tracé. Een korte, rechte route met zo min mogelijk bochten werkt het best, want in een bocht sluiten schotten minder goed aan en ontstaan openingen. Denk daarbij vast na over passeerplaatsen en een keerpunt, zodat niet elke wagen achteruit terug hoeft.
Maak de baan daarna zo vlak mogelijk. Kuilen, karrensporen en hoge plekken zorgen ervoor dat schotten gaan wippen onder belasting, wat de stabiliteit en de levensduur aantast. Let ook op de afwatering, want water dat op de baan blijft staan weekt de ondergrond eronder los. Controleer tot slot wat er onder de route ligt aan kabels, leidingen en putdeksels en wat er boven hangt aan leidingen en takken, omdat er met een kraan gewerkt wordt.
Schotten kiezen en leggen
Draglineschotten worden doorgaans dwars op de rijrichting gelegd, waardoor de lengte van het schot de breedte van de weg bepaalt. Een schot van 5 meter geeft dus een baan van vijf meter breed, ruim voldoende voor eenrichtingsverkeer met vrachtwagens. Voor een smallere doorgang komen kortere maten in beeld, een overzicht staat bij draglineschotten afmetingen.
De dikte volgt uit het materieel dat eroverheen moet, zoals beschreven op de pagina over de dikte van draglineschotten. Leg de schotten strak aansluitend, met gelijke dikte binnen dezelfde baan, en begin vanaf de bereikbare kant zodat het materieel steeds over het al gelegde deel verder kan. Voor tijdelijke werkwegen voldoen gebruikte draglineschotten prima. Wat er verder meespeelt bij het bepalen van de zwaarte, staat op de pagina over draagkracht van draglineschotten.
Tijdens het werk en na afloop
Loop de baan regelmatig na. Verschoven schotten, ontstane openingen en plekken waar de ondergrond alsnog wegzakt zijn de punten die aandacht vragen. Verschuift een schot herhaaldelijk, dan is de ondergrond eronder meestal niet vlak genoeg. Schuift het werk op, dan kunnen de schotten mee, waarbij dezelfde uitgangspunten gelden als bij het eerste keer leggen.
Neem het opruimen vroeg mee in de planning. De plek die bij aanvang goed bereikbaar was, ligt er na maanden werk vaak anders bij, en voor het laden is opnieuw een kraan en een vrije route nodig. Wat daarbij komt kijken, staat op de pagina over levering en transport. Voor projecten van beperkte duur is huren meestal de eenvoudigste route, omdat er dan na afloop niets blijft liggen.
Veelgestelde vragen
De lengte van het schot bepaalt de breedte, omdat de schotten dwars op de rijrichting worden gelegd. Een schot van 5 meter geeft een baan van vijf meter.
Vlak maken helpt aanzienlijk. Kuilen en hoge plekken zorgen ervoor dat schotten gaan wippen en sneller verschuiven.
Dat hangt af van het materieel. Voor licht tot middelzwaar verkeer volstaat een lichtere uitvoering, voor rupskranen en zwaar transport is een dikkere nodig.
Meestal wel. Zolang de resterende dikte en de klampen in orde zijn, doen ze hun werk net zo goed als nieuwe schotten.
Ja, schotten kunnen worden opgenomen en verderop opnieuw gelegd. Daarvoor is wel steeds een kraan nodig.
Doordat de belasting verdeeld is geweest, blijft de schade beperkt. Vaak volstaat licht herstel in plaats van het opnieuw opbouwen van de bodem.