Gangbare diktes en waar ze voor worden gebruikt
In de praktijk komt een beperkt aantal diktes voor. Onderstaande indeling geeft weer waar ze doorgaans voor worden ingezet, met een indicatie van het gewicht bij een schot van 5 meter lang en 1 meter breed.
| Dikte | Typische toepassing | Gewicht bij 5 x 1 m |
|---|---|---|
| 10 cm | Lichter bouwverkeer, bodembescherming, tijdelijke toegang | Ruwweg 500 kg |
| 12 cm | Middelzware werkwegen en regulier bouwverkeer | Ruwweg 600 kg |
| 15 cm | Zwaarder materieel en intensiever gebruik | Ruwweg 750 kg |
| 20 cm | Rupskranen, heiwerk, langdurige belasting | Ruwweg 1.000 kg |
| 25 tot 30 cm | Zwaarste toepassingen en overspanningen | 1.250 kg en meer |
Als vuistregel weegt hardhout ongeveer 1.000 kilo per kubieke meter. Lengte maal breedte maal dikte geeft daarmee snel een indruk van het gewicht per schot, wat meteen duidelijk maakt welk hijsmaterieel nodig is. Meer daarover staat op de pagina over het gewicht van draglineschotten.
Wat de dikte doet met de draagkracht
Bij buiging telt de hoogte van een balk zwaarder dan de breedte. Een schot dat de helft dikker is, kan daardoor aanzienlijk meer belasting opnemen dan die vijftig procent doet vermoeden. Dat is precies de reden dat er bij zwaar materieel niet gewoon een extra schot naast wordt gelegd, maar wordt gekozen voor een dikkere uitvoering.
Tegelijk is dikte niet de enige factor. De ondergrond, de lengte van het schot, de houtsoort en de manier waarop de belasting wordt aangebracht spelen allemaal mee. Wat daarbij komt kijken, staat beschreven op de pagina over draagkracht van draglineschotten.
Dikte in verhouding tot de lengte
Hoe langer het schot, hoe meer dikte er nodig is om doorbuiging te voorkomen. Een schot van 5 meter dat over vrijwel de hele lengte op de grond rust, komt met een bescheiden dikte een heel eind. Een schot van 12 meter dat een stuk moet overbruggen, vraagt om aanzienlijk meer.
Dat speelt vooral bij overspanningen, bijvoorbeeld bij het passeren van een sloot, greppel of open sleuf. Het schot draagt dan niet meer op de volle lengte, maar alleen op de twee opleggingen. In die situatie is een royale dikte geen luxe maar een voorwaarde.
Slijtage en restdikte
Een schot slijt in de loop van de jaren. Rupsen, grind en herhaald hijsen halen er materiaal af, waardoor de effectieve dikte afneemt. Bij gebruikte draglineschotten is de resterende dikte daarom belangrijker dan de oorspronkelijke maat waarmee het schot ooit is geleverd.
Meet bij twijfel op meerdere plekken, want slijtage verloopt zelden gelijkmatig. Leg bovendien schotten met een vergelijkbare dikte bij elkaar. Grote onderlinge verschillen geven een onrustige rijbaan en zorgen ervoor dat de belasting ongelijk verdeeld wordt.
Veelgestelde vragen
Gangbare diktes lopen van ongeveer 10 tot 30 cm. Voor licht tot middelzwaar werk wordt meestal 10 tot 12 cm gebruikt, voor zwaar materieel 15 cm of meer.
Voor rupskranen wordt doorgaans 15 tot 20 cm of dikker gekozen, afhankelijk van het gewicht van de machine en de ondergrond.
Ja. Bij buiging weegt de dikte zwaar mee, waardoor het verschil groter is dan de toename in centimeters suggereert.
Reken met ongeveer 1.000 kilo per kubieke meter hardhout. Een schot van 5 bij 1 meter en 20 cm dik komt daarmee rond de 1.000 kilo uit.
Ja, door slijtage neemt de effectieve dikte af. Bij gebruikte schotten is de restdikte daarom bepalend voor wat het schot nog aankan.
Liever niet naast elkaar in dezelfde baan. Verschillen geven hoogteverschil en een ongelijke verdeling van de belasting.