Waar het verschil zit
Draglineschotten zijn opgebouwd uit zware houten balken die met klampen of stalen randen tot één geheel zijn samengevoegd. Ze zijn lang en relatief smal, doorgaans 5 tot 12 meter bij ongeveer 1 tot 1,5 meter breed en 10 tot 30 cm dik. Door die lengte verdelen ze de belasting over een groot oppervlak en kunnen ze een stuk ondergrond overspannen dat zelf nauwelijks draagkracht heeft.
Stalen rijplaten zijn vlakke platen, meestal rond de 2 bij 5 meter en een fractie van de dikte van een schot. Ze liggen laag, sluiten strak op elkaar aan en vormen samen een egale rijbaan. Waar een schot vooral drukverdeling en overspanning levert, is een rijplaat vooral een harde en vlakke rijvloer.
De belangrijkste verschillen naast elkaar
| Kenmerk | Draglineschotten | Stalen rijplaten |
|---|---|---|
| Materiaal | Hardhout, zoals azobé of basralocus, soms met stalen rand | Staal |
| Gangbare maat | 5 tot 12 m lang, 1 tot 1,5 m breed | Circa 2 bij 5 m |
| Gewicht per stuk | Ruwweg 500 tot 2.000 kg, afhankelijk van maat en dikte | Enkele honderden kilo's tot circa 800 kg |
| Zachte ondergrond | Sterk, verdeelt de druk over een groot oppervlak | Zakt eerder weg in veen, klei of natte grond |
| Overspanning | Kan een sloot, greppel of sleuf overbruggen | Niet geschikt om te overspannen |
| Rijcomfort | Iets grover van vlak, hout geeft mee | Egale en harde rijbaan |
| Grip | Hout blijft ook nat redelijk stroef | Glad bij nat weer, tenzij voorzien van antislipprofiel |
| Verplaatsen | Kraan nodig, hijsogen of aanpikpunten gebruikelijk | Kraan nodig, snel te leggen door de vaste maat |
| Levensduur | Lang bij hardhout, slijt geleidelijk en blijft bruikbaar | Lang, maar gevoelig voor vervorming en roest |
Wanneer draglineschotten de betere keuze zijn
Op zachte, natte of ongelijke ondergrond komen schotten het best tot hun recht. Denk aan veen, klei en pas opgebracht zand, waar een kleinere plaat wegzakt en een lang schot de belasting juist uitsmeert. Ook onder rupskranen en ander zwaar materieel dat op één plek blijft staan, is de drukverdeling van een schot het doorslaggevende voordeel. Wat daarbij meespeelt, staat op de pagina over draagkracht van draglineschotten.
Daarnaast kunnen schotten iets wat rijplaten niet kunnen: een stuk overspannen. Voor het passeren van een sloot, een greppel of een open sleuf is de lengte precies wat nodig is. En op terreinen waar veel gemanoeuvreerd wordt in nat weer, is het stroevere houtoppervlak in het voordeel.
Wanneer stalen rijplaten beter passen
Op een redelijk draagkrachtige ondergrond die alleen beschermd of vlak gemaakt moet worden, zijn rijplaten vaak praktischer. Ze sluiten strak aan, liggen laag en geven een egale rijbaan voor wielverkeer. Bij tijdelijke afdekking van een opgebroken weg of een inrit met veel personenverkeer is dat prettiger dan een houten schot.
Ook bij kortdurende inzet op verharding zijn rijplaten een logische keuze, omdat ze snel te leggen zijn en weinig hoogteverschil geven. Op zachte grond keert dat voordeel juist om: dan is meer oppervlak nodig en komen schotten weer in beeld. In de praktijk worden beide daarom regelmatig gecombineerd, met schotten op de zachte delen en rijplaten op het verharde stuk.
Veelgestelde vragen
Schotten zijn langer en dikker en verdelen de belasting over een groter oppervlak. Rijplaten zijn vlakker en vormen een egale rijbaan op een al redelijk draagkrachtige ondergrond.
Draglineschotten. Door de lengte en de dikte zakken ze minder snel weg in veen, klei of nat zand.
Nee, daarvoor is de lengte niet toereikend. Een draglineschot kan een sloot, greppel of sleuf wel overspannen.
Bij nat weer kan een gladde plaat minder grip geven. Er bestaan uitvoeringen met antislipprofiel, hout blijft van zichzelf redelijk stroef.
Beide vragen om een kraan. Een lang draglineschot weegt meer per stuk, terwijl rijplaten door hun vaste maat sneller te leggen zijn.
Ja, dat gebeurt regelmatig. Schotten op de zachte delen van het terrein en rijplaten op de verharde delen is een gangbare oplossing.